De kriebels in je haar

De dag dat je het bericht krijgt van school dat je kind luizen heeft, is het niet nodig over te gaan tot de meest radicale aanpak, namelijk je kind kaal scheren. Jongens zullen dit misschien leuk vinden, meisjes zullen moeilijker te overtuigen zijn. Bovendien hoef je als ouder geen schuldgevoelens te hebben want de aanwezigheid van deze ongenode gasten heeft niets te maken met hygiëne. Luizen hebben, is dus geen schande maar je moet er wel iets aan doen. Gelukkig zijn er in de apotheek efficiënte bestrijdingsmiddelen beschikbaar.

De hoofdluis van dichtbij bekeken

De hoofdluis is een langwerpig, vleugelloos beestje, iets groter dan een speldenkop (2-4 mm) en lichtgrijs tot bruin gekleurd. Dit diertje kan niet vliegen of springen maar kruipt vooruit als de snelste. Om te overleven verkiest de luis een warme en vochtige omgeving. Bij een hongerig gevoel prikt deze indringer een klein gaatje in onze hoofdhuid en zuigt een kleine hoeveelheid bloed op. De vrouwtjesluis is zeer actief en legt per dag zo'n vier tot zes eitjes. Deze eitjes (neten) worden met een soort lijm vastgekleefd aan de haarwortels. Het vrouwtje kiest de legplaats voor de eitjes zorgvuldig uit en geeft de voorkeur aan de hals en de streek achter de oren. Na enkelen (tiental) dagen komt er een baby-luisje (=nimf) tevoorschijn. Na ongeveer twee weken is de nimf een volwassen luis. Levende neten kan je herkennen als grijswitte (parelmoer), ovale puntjes die zich bevinden op een afstand van 1 tot 2 cm van de hoofdhuid. Dode neten bezitten een doffe witte kleur en vormen geen enkel gevaar. Ze lijken op schilfertjes en zitten verder van de hoofdhuid daar ze meegroeien met de haren. Een volwassen luis kan ongeveer een maand oud worden.

Hoe krijg je luizen?

Een luis maakt geen onderscheid in kleur van haar en bijgevolg kan elke niet-kale persoon er last van krijgen. Daar luizen niet kunnen vliegen of springen moeten ze van de ene haardos naar de ander verhuizen door rechtstreeks (spelen, knuffelen,...) of onrechtstreeks contact (kledij, muts, sjaal, kapstok,...). Eenmaal het contact met de mens verloren, worden de overlevingskansen van de luis zeer klein. Het bloeddorstig diertje kan het niet lang uithouden zonder bloed.
Preventief: Shampoux lotion repellans

Heb ik luizen?

Als bij het lezen van dit artikel je hoofdhuid begint te kriebelen en te jeuken wil dit nog niet zeggen dat je luizen hebt. De beste verklikkers van het luizenbezoek zijn de neten. Deze houden zich meestal schuil op het achterhoofd in de nekstreek, boven en achter je oren en vooraan op het hoofd. De beten van de luis veroorzaken erge jeuk en door het krabben kunnen er wondjes ontstaan. Laat het niet zover komen maar ga snel op onderzoek. Je kan ze opsporen door de haren zorgvuldig te kammen met een luizenkam, haarlok per haarlok. Neem er voldoende tijd voor want dit zal toch enkele minuten in beslag nemen. Om de neten gemakkelijk terug te vinden, voer je dit werkje het best uit in een goed verlichte ruimte boven een witte wastafel. Luizen proeven graag verschillende soorten bloed, het is dus nodig alle gezinsleden te onderzoeken op de aanwezigheid van luizen in hun haren!

Ten aanval!!!

Preventie is af te raden. Dus: vind je geen tekens die wijzen op de aanwezigheid van luizen dan hoef je niets te doen. Heb je pech, koop dan een bestrijdingsmiddel bij de apotheker, je wordt er wegwijs gemaakt in het aanbod van de verschillende produkten en je krijgt uitleg over het correct gebruik ervan.

vb. Radikal lotion, Silikom luizen spray, Silikom luizen lotion Kapilair

Hieronder volgen nog enkele tips.

  1. Pas de behandeling toe in een goed verluchte ruimte.
  2. Handen wassen na het gebruik!
  3. Kinderen jonger dan 6 maand niet behandelen zonder advies van de huisarts.
  4. Vermijd contact van het product met voedsel en drank
  5. Zorg dat de bestrijdingsmiddelen buiten het bereik van kinderen worden gehouden.
  6. Bescherm de ogen van de patiënt tijdens de behandeling
  7. Heeft de behandeling niet het gewenste effect, dan is de luis waarschijnlijk resistent. Begin een nieuwe behandeling en selecteer samen met je apotheker een ander bestrijdingsmiddel

Randinformatie

<<Terug